Naar hoofdinhoudNaar hoofdmenu

DoeMee onderzoek onderbesteding: waarom geld overblijft in Lelystad

Onderbesteding betekent dat geld uit de begroting aan het eind van het jaar niet of niet volledig is besteed. Het kan bijvoorbeeld gaan om inkomsten die hoger uitvallen dan verwacht. Een positief jaarrekeningresultaat lijkt gunstig, maar roept ook vragen op. Geld dat in een jaar overblijft, kan in datzelfde jaar niet meer voor andere doelen worden gebruikt.

De rekenkamer Lelystad deed in 2025 mee aan een landelijk Doe Mee Onderzoek van de Vereniging van Rekenkamers naar onderbesteding van gemeentelijke middelen. Meer dan 110 gemeentelijke rekenkamers onderzochten dit onderwerp in 138 gemeenten. De rekenkamerbrief beschrijft de uitkomsten voor de gemeente Lelystad.

Jaarrekening regelmatig gunstiger dan begroting

In Lelystad valt de jaarrekening regelmatig gunstiger uit dan de begroting deed vermoeden. In zeven van de acht onderzochte jaren sloot de gemeente Lelystad af met een positief financieel resultaat. Ook viel het resultaat in zeven van de acht jaren beter uit dan in de laatst gewijzigde begroting was verwacht.
Dat past bij het landelijke beeld. Gemeenten hielden de afgelopen jaren vaak geld over, terwijl zij ook waarschuwen voor financiële krapte in de komende jaren. De vraag is daarom wat achter die positieve resultaten zit. Gaat het om geld dat blijvend beschikbaar is of om geld dat tijdelijk of pas later te besteden is?

Geld komt soms te laat

Een belangrijke oorzaak van onderbesteding is dat gemeenten tijdens het jaar nog extra geld van het Rijk krijgen. Dat gebeurt bijvoorbeeld via het gemeentefonds of via specifieke uitkeringen van het Rijk. Komt dat geld pas laat in het jaar, dan kan de gemeente het vaak niet meer in datzelfde jaar besteden. Besluiten nemen, plannen voorbereiden en werk uitvoeren kost tijd.
Ook in Lelystad speelt dit. De gemeente kan middelen op zich nog wel in de begroting verwerken, maar dat betekent niet dat zij het geld ook meteen kan uitgeven. Voor de raad is dat belangrijk: geld beschikbaar stellen betekent niet vanzelf dat het geld direct kan worden besteed.

Plannen uitvoeren duurt soms langer dan gedacht

Een deel van de onderbesteding ontstaat doordat plannen uitvoeren soms meer tijd kost dan vooraf werd gedacht. Projecten, aanbestedingen en andere activiteiten lopen soms langer door. Daardoor schuift een deel van de uitgaven door naar een volgend jaar.
Dat is niet altijd een probleem. Soms valt vertraging goed uit te leggen. Soms werkt de gemeente goedkoper dan verwacht. Maar de raad moet wel weten waarom geld overblijft. Alleen dan kan hij beoordelen of plannen realistisch waren en of hij moet bijsturen.

Personeel en inhuur ook van belang

Ook personele capaciteit speelt mee. In Lelystad waren in 2024 niet alle begrote formatieplaatsen ingevuld. Het aantal ingevulde vaste plaatsen lag lager dan gemiddeld bij de deelnemende G40-gemeenten. Wanneer niet alle vacatures kunnen worden ingevuld, kan dat druk zetten op de uitvoering van plannen.
Gemeenten vangen tekorten in de vaste formatie vaak op met externe inhuur. Dat gebeurt ook in Lelystad. De kosten voor externe inhuur vielen in de onderzochte jaren hoger uit dan begroot. Voor de Lelystadse raad is vooral van belang wat dit betekent voor de totale personeelskosten en voor de haalbaarheid van plannen.

Grondopbrengsten zijn tijdelijk

Bij grondexploitaties heeft Lelystad een eigen profiel. De gemeente maakt vooral nog winst op bedrijventerreinen waarvan zij zelf eigenaar is. Bij woningbouwprojecten is dat veel minder het geval.
Het college geeft in zijn bestuurlijke reactie aan dat deze inkomstenbron naar verwachting richting 2029/2030 opdroogt. Daarom moet de gemeente voordelen uit grondexploitaties niet zomaar gebruiken als dekking voor vaste uitgaven. Het gaat om incidenteel geld, niet om inkomsten waarop de gemeente Lelystad kan blijven rekenen.

Rentebaten geven geen zekerheid voor later

Ook rente speelt een rol. Lelystad had tijdelijk veel geld in kas, onder meer door grondtransacties en vooruitontvangen middelen. Door de gestegen rente kreeg de gemeente extra rentebaten.
Maar hogere rentebaten betekenen niet vanzelf dat de gemeente blijvend meer geld te besteden heeft. Volgens het college kan de ruime kaspositie rond 2029/2030 veranderen. De gemeente Lelystad moet dan misschien weer geld lenen voor investeringen.

Raad doet er goed aan door te vragen bij positieve resultaten

De rekenkamer concludeert dat positieve jaarrekeningresultaten niet vanzelf betekenen dat er blijvend meer geld beschikbaar is. Er zit altijd een verhaal achter: tijdelijk geld, plannen die later worden uitgevoerd, voorzichtig begroten, goedkoper werken of incidentele inkomsten.
Daarom beveelt de rekenkamer de raad aan om bij positieve resultaten en wijzigingen in de begroting door te vragen. Waar komt het geld vandaan? Waarom is het niet besteed? Kan het alsnog worden gebruikt? Is er genoeg capaciteit om plannen nog in hetzelfde jaar uit te voeren? En gaat het om incidenteel geld of om blijvende financiële ruimte?
Ook beveelt de rekenkamer aan om scherper te kijken naar gemeentelijke inkomsten, zoals belastingen, leges en huren, en om betere informatie te vragen over formatie, ingevulde vaste plaatsen en ziekteverzuim. Zo kan de Lelystadse raad beter beoordelen of de gemeente haar plannen daadwerkelijk kan uitvoeren.

Cookie Policy

Deze site gebruikt cookies om ervoor te zorgen dat we u de best mogelijke ervaring geven.
Strikt noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Accepteer Strikt noodzakelijke cookies
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Accepteer Functionaliteitscookies
Cookies van derden
Deze cookies worden gebruikt voor functionaliteiten van derden.
Accepteer Cookies van derden
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Accepteer Prestatiecookies
Meer weten...