Onderbesteding armoedebeleid Lelystad
Armoede betekent dat inwoners langere tijd te weinig middelen hebben om goed mee te doen in de samenleving. Het gaat niet alleen om inkomen of spaargeld, maar ook onder meer om zekerheid over wonen, zorg en onderwijs. De gemeente Lelystad helpt huishoudens met een laag inkomen. Dat doet zij met inkomensregelingen, hulp bij schulden en regelingen om mee te kunnen doen aan de maatschappij. Daarbij werkt de gemeente Lelystad samen met verschillende organisaties, zoals MDF, IDO, Humanitas, Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport & Cultuur.
Waarom juist dit onderzoek?
De gemeenteraad stelde voor de periode 2022–2026 extra geld beschikbaar om kinderarmoede te halveren. Een deel van dit geld is niet uitgegeven en is teruggegaan naar de algemene middelen.
Dat riep vragen op en dat was de reden voor dit rekenkameronderzoek. Net als bij een overschrijding moet er ook een goede verklaring zijn voor het niet gebruiken van budget. Het onderzoek ging daarom niet alleen over de extra middelen, maar over het hele armoedebeleid. Onder meer is onderzocht hoe doelen zijn vastgesteld en uitgevoerd. Ook is gekeken of armoederegelingen inwoners goed bereiken en hoe de gemeenteraad wordt geïnformeerd over de voortgang en de besteding van het geld.
Ambitie van de raad niet doorvertaald naar uitvoering
Zoals gezegd: de Lelystadse gemeenteraad wilde kinderarmoede halveren en stelde daarvoor extra geld beschikbaar via het raadsakkoord. De raad gaf het college hierbij echter geen concrete opdracht. Het college werkte de ambitie vervolgens niet uit in een aparte beleidslijn of in een uitvoeringsprogramma met duidelijke maatregelen en meetbare doelen. In plaats daarvan werd het extra geld toegevoegd aan bestaande inkomensregelingen, waardoor huishoudens tijdelijk meer steun kregen. Voor een blijvende vermindering van armoede zijn echter vooral werk en voldoende inkomen nodig, maar daar ging het geld niet naar toe. Het beleid hielp inwoners daardoor vooral om armoede beter te dragen, maar droeg weinig bij aan een structurele oplossing en aan het halveren van armoede onder kinderen. Uit het onderzoek is ook gebleken dat niet alle inwoners die recht hebben op ondersteuning ook gebruik maken van de beschikbare regelingen, maar dat is niet uniek voor Lelystad. Sinds 2022 heeft Lelystad geen actueel beleidskader meer voor armoedebestrijding. De vorige beleidsnota liep tot en met 2022 en was op het moment van het onderzoek nog niet vernieuwd. Dat de doelstelling om het aantal kinderen in armoede te halveren wel wordt gehaald, hangt samen met een landelijke wijziging in de definitie en meting van armoede. Deze wijziging beïnvloedt de cijfers, maar is op zichzelf geen bewijs van succesvol beleid.
Groeiend budget, beperkte uitvoeringskracht
In de onderzochte periode bestond bovendien meer dan 30 procent van het armoedebudget uit tijdelijk geld van het Rijk. Dit geld gaf op papier ruimte, maar maakte het lastig om structureel beleid op te baseren en langdurige verplichtingen aan te gaan. Het tijdelijke karakter vertroebelde bovendien het zicht op onderbesteding en verzwakte de samenhang en voorspelbaarheid van het beleid. Hoewel het budget voor armoedebestrijding sterk groeide, bleef de ambtelijke capaciteit gelijk. Daardoor was er te weinig ruimte om nieuw beleid te ontwikkelen en ging de aandacht vooral uit naar het uitvoeren van bestaande taken. Signalen over de uitvoerbaarheid, bereikten het gemeentebestuur laat of niet structureel, mede doordat een duidelijke opdracht of prioriteit ontbrak.
Kaderstelling vooraf maakt plaats voor vaststelling achteraf
De raad kreeg vooral achteraf inzicht in de besteding van het armoedebudget en de voortgang op zijn ambities. Dat gebeurde via informatiebrieven en de normale begrotings- en verantwoordingsmomenten. De stukken gingen vooral over uitgevoerde activiteiten en het gebruik van regelingen. Er was minder aandacht voor de besteding van middelen en voor de haalbaarheid van de doelen. Tijdelijke middelen en onderbesteding werden vaak pas aan het eind van het jaar zichtbaar. Daardoor kon de raad nauwelijks nog bijsturen. De rol van de raad verschoof zo van vooraf sturen naar achteraf vaststellen.
Aanbevelingen om samenhang en sturing te versterken
Kortom, de rekenkamer concludeert dat de onderbesteding in het armoedebeleid het gevolg is van een gebrek aan samenhang tussen ambitie, uitvoering en verantwoording. Het probleem zit niet zozeer in het geld, maar in de manier waarop de raad, het college en de ambtelijke top sturen. Daarom doet de rekenkamer Lelystad zes aanbevelingen aan de raad en het college. Deze gaan over realistische doelen, betere informatie voor de raad en duidelijke keuzes over inzet en capaciteit, zodat het beleid gerichter kan worden uitgevoerd en de raad beter op resultaten kan sturen.